[Verhaal] De vlucht


  • Global Moderator

    Voor me ligt de weg. Grauw, mistig, er is weinig te zien. Naast me staan bomen, oneindig hoog. Hun takken lijken net klauwen met enorme vingers, die je elk moment kunnen grijpen. In de duisternis, waar niets iets is, daar loop ik. Zoekend.

    Zoekend, naar het klassieke gezang dat in de verte te horen is.
    Dwalend, in het grote bos, waar geen einde aan lijkt te komen.
    Zwervend, het einde van deze sinistere wereld zal toch ergens te vinden zijn?

    Zachtjes waait de koele wind langs je oren. Een onaangenaam gevoel geeft het, de rillingen lopen over je rug heen. Komt het door die rottige, ijzige kou? Of door het gevoel dat deze omgeving je geeft? De kou, laten we het daar maar op houden. Ik kijk om me heen, overal ogen. Glinsterend door het maanlicht, dat kil door de bomen schijnt. Wezens, die er net niet waren. Elke stap die je zet, wordt gezien, gevolgd, geregistreerd door hen.

    Ik voel me angstig. Tegelijkertijd besef ik dat het nergens voor nodig is. Zal ik rennen? Maar waar naartoe? Er is toch geen einde? De paniek slaat toe. Wat moet ik doen? In blinde paniek ren ik weg… Tot ik merk dat het gezang harder is geworden. Ik raap mezelf bij elkaar en blijft staan, om te luisteren.

    "Sens au coeur de la nuit
    L’onde d’espoir
    Ardeur de la vie
    Sentier de gloire

    Bonheurs enfantins
    Trop vite oubliés effacés
    Une lumière dorée brille sans fin
    Tout au bout du chemin"

    “In de holst van de nacht, een golf van hoop, levenskracht, een pad van glorie?” zeg ik tegen mezelf.
    “Dat klopt, mevrouw.” antwoordt een oude stem. Wat? Waar komt die stem vandaan? Er komt een oude man op me af gelopen, stapje voor stapje. Met zijn wandelstok prikt hij in de verdorde bladeren. Het gekraak klinkt oorverdovend hard, je zou het aan de andere kant van het bos nog kunnen horen.
    “Waar bent u naar op zoek?”
    “Het gezang.”
    “Kom maar mee.” antwoordt de man. Hij wijst met zijn wandelstok het bos in: “Daar is het. Het spookt er, vandaar het gezang.” Terwijl ik zachtjes met hem meeloop, gaat hij verder.

    “Ooit lag hier in het bos een kostschool. Lekker afgelegen, zodat de mensen geen last hadden van deze jonge schavuiten. Voor zover het schavuiten waren, trouwens. Soms hadden ouders geen zin meer in hun kinderen en dumpten ze hen hier voor de deur.”
    “Wat verschrikkelijk.”
    “Inderdaad. En dat is nog niet alles. De leraren op deze school waren verschrikkelijk. Ze martelden kinderen alsof ze in de Middeleeuwen leefden. Opsluiten in kooien, kinderen die van top tot teen afgeranseld werden, tot bloedneus toe.”
    “Hoe weet je dat?”
    “Ik ben zelf op die school gezet door mijn ouders…”

    We lopen een betegeld paadje op. Alles is schots en scheef. Overal onkruid, gras, het is helemaal overwoekerd. In de verte zie je een gebouw, waar een zacht en warm licht schijnt.

    “Ik leef nu in de school. Dat moet wel, om de kinderen in toom te houden.”
    “He?!”
    "Ik zal je eerst vertellen wat er is gebeurd met de school. Soms verdween er een leerling, hij kwam dan gewoon niet meer opdagen. Achteraf bleek dat diegene dan doodgemarteld was. Maar dat besef je niet, als kind zijnde."
    Opeens is het stil. De man kijkt me aan. "Mijn beste vriend is hier overleden."
    Ik weet niet wat ik moet denken. Dit is te gruwelijk voor woorden, hoe heeft dit ooit kunnen gebeuren?

    De man gaat op een stoel zitten, die tegen de muur van het gebouw staat.
    "In 1869 is de school gesloten."
    Toen drong het tot me door dat hij ook een geest is. Ik durf hem niet meer aan te kijken, het komt zo dichtbij nu.
    “Wees niet bang,” zegt hij geruststellend. “Ik doe echt niks kwaad.”
    “Het zal best,” denk ik bij mezelf. “Ik wil weg hier.” Weg hier. Gewoon, weg hier, terug naar het bos. Er zal vast een einde zijn.

    Plotseling verdwijnt de man. Zomaar opgelost, in het niets. Er zit niks anders op dan weggaan. Alleen gaat dat niet, een onzichtbare kracht houdt me tegen. De kracht is te sterk, hij duwt me naar achter, zo de school in. Na wat tegenstribbelen klapt de deur in mijn gezicht dicht. “Dat krijg je ervan als je me in twijfel neemt. Nu ben je één van ons.”

    Het is pikdonker in de hal. Om me heen zie ik ogen, dezelfde ogen die ik in het bos heb gezien. De kinderen. Ze zoeken me. Maar waarom ik? Sowieso, waarom ben ik zo dom geweest om hier naartoe te gaan? De ogen komen dichterbij, silhouetten komen tevoorschijn. Silhouetten van kinderen, ongeveer tien jaar oud. De gezichten worden zichtbaar. Kinderlachjes, van die boosaardige kinderlachjes, bereiken mijn oren.

    Ik word een kamer in geduwd. Het gelach wordt steeds harder, kwaadaardiger. Van gelach tot geschreeuw. Van geschreeuw tot gejammer, gehijg tegen mijn gezicht. “Je gaat eraan. De dood kijkt je aan. Je bent niet één van ons, je wordt ons.” Een klap tegen mijn gezicht. Ik val tegen een muur aan. De kinderen, ze kijken me priemend aan. “Geef jezelf over!”

    “NOOIT!” schreeuw ik. “DAT ZAL IK NOOIT DOEN!”

    Daar lig ik dan. Midden in de eetzaal, hoe ik daar ben gekomen, geen idee. Geen pijn, geen schrammetje, niks. Ik wil naar huis, naar buiten, weg van deze bende. Opstaan en naar de deur. Dat gaat niet, de deur zit op slot. Ramen zitten dicht. Er is niemand te bekennen. Ik dool rond in het gebouw, kamer voor kamer, muur voor muur. Niks. Er is geen mogelijkheid om hieruit te komen. Ik passeer een spiegel, er is geen spiegelbeeld te zien. Op dat moment dringt tot me door dat ik ook één van hen ben. Ik ben verdoemd. Mijn handen plaats ik op de spiegel, neen, mijn handen gaan door de spiegel heen. Meegezogen word ik, naar een nieuwe wereld. Een universum, waar ik hopelijk rust zal vinden.


  • Moderator

    Heel prettig om te lezen. Je schrijft het op een manier dat je jezelf verplaatst in de persoon. Ik ben jaloers op je stijlregister.


  • Global Moderator

    @Pik-achu zegt in [Verhaal] De vlucht:

    Heel prettig om te lezen. Je schrijft het op een manier dat je jezelf verplaatst in de persoon. Ik ben jaloers op je stijlregister.

    Dankjewel! Ik schrijf niet veel meer dus het was best moeilijk om te doen.


Aanmelden om te reageren
 

Het lijkt erop dat je verbinding naar KEEN verloren is gegaan, wacht even terwijl we de verbinding proberen te herstellen.